Een sticker moet zowel kleefkracht hebben alsook moet het effect beklijven. Bij gebruik buitenshuis moet een sticker ook watervast plakken en mogen de kleuren zelfs in een blakende zon niet verschieten. Op de meeste stickers staat een boodschap en de bedenker wil dat die boodschap blijft hangen, beklijft zogezegd. Een sticker die dubbelzijdig p(l)akt is een goede sticker. Dan moet er iets van humor inzitten, de boodschap moet ook iets van instemming bevatten, in elk geval moet de lezer zich er op de een of ander manier in herkennen. Maar er zijn ook stickers zonder een geschreven tekst gemaakt, maar waarvan de afbeelding voor zichzelf spreekt. Een mooie toepassing hiervan zijn de icons, de zogenaamde emoji’s (een woord uit het Japans) zijn de ideogrammen of emoticons (samentrekking van emotie en icon) die werden gebruikt in Japanse elektronische berichten en webpagina’s, waarvan het gebruik ook naar andere landen werd verspreid. Ze zijn vooral gemeengoed geworden in de turbo-taal in SMS- en WhatsApp-berichten. Zoals: 😥; 😎; 😏. Van zulke icons zijn er inmiddels duizenden beschikbaar. 🌈 ; 🎯 ; 💖 ;  🚿 ;  🎵 ; 🕌 ;  enzovoort.

Andere icons die we bijna dagelijks tegenkomen zijn de wegwijzers op stations en vliegvelden voor wc’s 🚻, bagage 🛅, prullenbak 🚮 et cetera. Het zijn beelden die geen tekst behoeven en daardoor voor een internationaal publiek betekenis hebben. Je hoeft ze maar één keer te zien en je onthoudt ze. Dat is niet alleen de kracht van goed ontworpen icons maar ook van de zogenaamde soundbites, een markant citaat, een nieuwswaardige melding, bestaande uit niet veel meer dan één of twee zinnen die gemakkelijk beklijft en die gevatheid toont. Populair gezegd: een uitspraak die ‘lekker blijft hangen’ oftewel een hoge plakfactor. Bijvoorbeeld de kernachtige uitspraak ‘Vandalen moeten betalen’. Dat bekt lekker en dat blijft dus hangen. Een hoge plakfactor dus.

Er zijn ook namen van instellingen die meer aanduiden dan de locatie zoals camping ‘Us Blau Hiem’ in Appelscha. Deze naam verraadt niet alleen dat deze camping in Friesland lag, maar waarom het in de volksmond ‘de blauwe knoop’ werd genoemd, daarover hoef ik niets meer uit te leggen. Overigens heet deze camping tegenwoordig anders.

Aan de andere kant van het Drents Friese Woud ligt het Blauwe Meer. Hier vind je niet alleen een strandje om ’s zomers verkoeling te zoeken en lekker te zwemmen, maar het is ook een prachtig natuurgebied. Hier kun je de sterzegge vinden. Je moet er oog voor hebben, maar het is schitterend als het  bloeit. En dat is nog maar één van de vele juweeltjes in dit oerdrentse landschap. Er staan hier veel bloeiende plantjes die op de zogenaamde ‘rode lijst’ staan en vallen onder de wettelijk beschermde plantensoorten. Echt genieten dus.

Weet je trouwens waar je komt als je bij Groendal de weg omhoog volgt? Ja, juist in de hemel. Niet zomaar een hemel, maar de blauwhemel. Dat is ook genieten, want het is ook niet zomaar de BlauwHemel maar de Villa BlauwHemel, een grand café met een uitnodigend terras en een restaurant. Weer smullen dus, maar dan anders.

Met zo’n naam denk je onwillekeurig aan Boudewijn de Groot met zijn ‘gouwe ouwe’ song over de stoet in het land van Maas en Waal die: ‘onder een eerst groene, vervolgens purperen en dan gouden hemel in een achtereenvolgens blauwe, bruine en zilveren …’ . Natuurlijk vroeg ik aan Ruwan Berculo wat de diepere gedachten waren achter zo’n aparte naam. Niet de blauwe hemel of hemelsblauw maar BlauwHemel. Dat is toch geen woord? ‘Nou’, zei Ruwan, ‘daar gaat het precies om, het is zo apart dat je het nooit meer vergeet’.

Kijk, dat snap ik. Dat is dus dubbelzijdig plakken zoals bij een sticker. Zowel de naam als de unieke locatie vergeet je niet meer. Hoge plakfactor dus.

Jan Fondse

Open in print-vriendelijk formaat.